Eerst een korte introductie voor iedereen die nu denkt: Fraser Island?

Fraser island is het grootste zandeiland ter wereld en ligt voor de oostkust van Australie. Het is 122 kilometer lang, en 5 tot 25 kilometer breed. Met mangrovebossen, regenwouden en duinen beschikt het eiland over een heel afwisselend landschap. Sinds 1992 staat het op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Hoe kom je er?
Vanaf Hervey Bay en Rainbow beach zijn er veerpontverbindingen. Op het eiland zelf kun je alleen rijden met een 4X4 aangedreven auto of je kunt mee met een georganiseerde tour die je van te voren kunt boeken. Er zijn geen verharde wegen, en wat je wel weg kunt noemen bestaat uit mul zand. Het leukste om te rijden is op het strand, dit kun je zien als de snelweg van het eiland. Deze snelweg is 75 mile beach, en zoals de naam al doet vermoeden, zo lang is het strand echt.

Wat kun je er doen?

Ik ben zelf met 1 van de georganiseerde tours mee geweest. Ik heb geen ervaring in het rijden met een 4×4 en hier rijden vergt echt wel wat ervaring. Daarnaast hangt er een aardig kostenplaatje aan het huren van een auto en moet je daarnaast nog een vergunning aanvragen om op Fraser island te mogen rijden. Naast rondrijden kun je op Fraser ook mee met een rondvlucht om het eiland goed vanuit de lucht te zien. Als je geluk hebt zie je tijdens deze vlucht ook walvissen. Je kan naar 1 van de vele zoetwatermeren, uitkijkpunten bezoeken en  wandelingen maken. Wat je ook doet, het is er zo mooi dat je je niet snel zult vervelen.

Bezienswaardigheden

Wat is er te zien? Heel veel! Als je op zoek bent naar leuke stadjes of dorpjes zit je op Fraser verkeerd. Hier is het natuur wat de klok slaat. Om te beginnen met de bekendste meren, Lake McKenzie (Boorangoora) en Lake Wabby. Lake McKenzie heeft helder blauw water met heel fijn wit zand. Hoe dieper het meer hoe blauwer het water, dit veroorzaakt een mooi effect over het hele meer. Mocht je bang zijn voor vissen, dan kun je hier veilig zwemmen, vis zwemt hier namelijk niet. Als je hier lekker op het strand ligt, neem dan geen eten mee. Het eiland heeft wel dingo’s en het is ten strengste verboden deze te voeren, ze kunnen ook gevaarlijk zijn. Stel je lunch dus even uit tot na je uitstapje naar het meer. 

Lake Wabby is het diepste meer van het eiland. Naast het meer liggen hele steile zandduinen, leuk om vanaf te rollen maar levensgevaarlijk, dit is in het verleden al regelmatig fout gegaan. 

Dan is er Eli Creek, een snelstromende rivier waar de vissen tegen de stroming in zwemmen. Je kan door de Creek lopen, gewoon omdat het leuk en ondiep is. 

Langs 75 Mile Beach ligt het Maheno scheepswrak. Een Japans passagiersschip wat op weg naar de schroothoop hier gestrand is. Kort na de 2e Wereldoorlog mocht de Australische luchtmacht het gebruiken als oefendoel en is het gebombardeerd. Resultaat: een kapot geschoten schroothoop in de branding. Er is weleens geprobeerd om het schip weg te halen maar dat is mislukt. 

Zonnebaden is niet toegestaan op het hele strand, dit omdat het als snelweg fungeert maar ook omdat er veel haaien worden gesignaleerd voor de kust. 

 

Georganiseerde dagtour

Met de tour waar ik mee was ging je de hele dag op pad met een grote 4×4 truck. Die stond ons al op te wachten bij de veerpont. Achter het stuur een echte Aussie die duidelijk al wat jaren op het eiland rond loopt. Toen de hele groep achterin de truck had plaatsgenomen vroeg hij of iemand hem gezelschap wilde houden voorin de truck. Voor iemand kon reageren heb ik dat plekje weten te bemachtigen, en daarmee het beste uitzicht van iedereen. Het eerste half uur was het hobbelen over de mulle zandwegen, tussen de bossen door. Uiteindelijk kwamen we uit op het strand, de snelweg. En dat wist de chauffeur ook, het gas ging erop en met zo’n 100 kilometer per uur reden we net naast de branding over het strand. Er mag niet door het water gereden worden en los daarvan is dat zoute water niet heel best voor de truck. Na een paar kilometer over 75 mile beach stopte de truck. Totaal onverwacht stapte er een piloot in, tenminste, zijn kleding verried dat hij dat was. Hij vertelde over de mogelijkheid voor een rondvlucht boven het eiland. Mooi verhaal, helemaal toen hij vertelde wat dat kostte. ( 80 dollar)  Stukje verderop stonden inderdaad een aantal vliegtuigjes op het strand. Instappen en gaan! De meest bijzondere startbaan die ik tot nu toe gezien heb. Met een mooi rondje boven het eiland krijg je het vanuit een hele andere hoek te zien. Je ziet dan hoe groot het is, de meren in het binnenland waaronder Butterfly lake en met wat geluk zie je walvissen. Die heb ik helaas niet gezien. Na ongeveer 20 minuten landt je weer op het strand en staat de chauffeur met de truck je op te wachten. Volgende op het programma: Lake McKenzie. Daar krijg je de tijd om even lekker te zwemmen, je te verbazen over de schoonheid ervan en gewoon even te ontspannen. Dan is het tijd voor de lunch, dorpen zijn er niet op Fraser maar wel een restaurant voor de toeristen. Meer een vreetschuur met een lopend buffet maar op zich prima geregeld en lekker eten. Dan is er na de lunch nog tijd voor een kijkje bij Eli Creek, een snelstromende rivier rechtstreeks naar zee. Leuk om doorheen te lopen en je voeten lekker af te koelen. En ook hier is het water heel helder. 

Toen was het tijd voor een laatste wandeling en nam de chauffeur ons mee naar Central station. Daar staan nog wat oude barakken waar vroeger arbeiders woonden die werkten in de houthak. Uit de tijden dat dit nog mocht op Fraser. Nu is het vooral leuk om rond te kijken. Vanuit hier loopt een mooie boardwalk die dwars door het tropisch regenwoud heen loopt. Hier vertelde de chauffeur ons van alles over de verschillende bomen en eventuele medicinale werking ervan. Hele mooie wandeling, je waant je diep in de Amazone. Na deze wandeling was het tijd om terug te gaan naar de veerpont. Die bracht ons terug naar het vasteland na een hele mooie dag op Fraser. 

Madelon
Auteur

Schrijf een reactie