Machu Picchu, de bekendste bezienswaardigheid van Peru en misschien wel van heel Zuid-Amerika. Een reis naar Peru kan niet zonder een bezoek aan de bekendste Inca stad. Nog steeds zijn wetenschappers het niet eens over wat de functie van de stad is geweest. En dan is er ook nog steeds het raadsel over hoe ze het hebben weten te bouwen in de bergen. Samen met de schoonheid ervan maakt dat het op elke reiziger werkt als een magneet. De echte avonturiers gaan via de Incatrail richting Machu Picchu wat je gemiddeld 4 dagen wandelen kost. Tot slot staat  Machu Picchu ook op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

Hoe kom je er?

Behalve via de Incatrail die direct toegang tot Machu Picchu geeft is de enige andere manier om er te komen via Aguas Calientes. Een dorp aan de voet van Machu Picchu. Aguas Calientes ligt geïsoleerd van het wegennetwerk en is alleen bereikbaar per trein. Tourbussen rijden daardoor ook niet verder dan Ollantaytambo in de Sacred Valley. De naam Aguas Calientes ontleent het aan de warmwaterbronnen die te vinden zijn aan het eind van het dorp.

De Incatrail

De Incatrail staat op de bucketlist van een hoop mensen. Een lange en zware wandeling van de Sacred Valley naar Machu Picchu. Het is ‘slechts’ 45 kilometer, maar door de hoogteverschillen, tot 4000 meter, is het een redelijk zware tocht. Lastdieren zijn niet toegestaan, omdat die schade aan het pad kunnen veroorzaken dus gaan er dragers mee. De Incatrail loopt langs een aantal belangrijke archeologische vindplaatsen van de Inca’s. Onder andere: Runcuracay, Sayacmarca, Phuyupatamarca, Wiñay Wayna en uiteindelijk dus Machu Picchu.
Alleen erkende en geautoriseerde bedrijven en gidsen met licenties mogen de wandeling aanbieden en begeleiden. Er geldt een beperking voor het aantal trekkers per jaar over de Incatrail.

Mijn bezoek aan Machu Picchu

Ik heb mijn tour naar Machu Picchu geboekt bij x-tremetourbulencia, gevestigd in Cuzco vlakbij het Plaza de Armas. Ik werd s’ochtends opgehaald met een busje dat ons richting de Sacred Valley reed. Daar bezochten we eerst een plaatselijke markt en reden toen door naar Pisaq, een klein plaatsje met wat Inca ruïnes en Inca terrassen. Daar ruim de tijd gekregen om rond te kijken met een gids die er wat over kon vertellen. Tijd voor de lunch in Urumbamba! Heel luxe buffet restaurant waar ik even kon inhalen wat ik inmiddels tekort kwam. Na de lunch reden we door naar Ollaytantambo. Daar vertrekt de trein naar Aguas Calientes, de laatste stop voor je echt bij Machu Picchu kunt komen. Die trein is een avontuur op zich. Heel luxe, vertrekt precies op tijd en je krijgt een snack en wat te drinken aan boord. Op het station in Aguas Calientes stond een gids mij op te wachten. Hij heeft mij naar mijn hotel voor die nacht gebracht. Aguas Calientes zelf is een klein stadje, eigenlijk volledig gericht op de bezoekers van Machu Picchu. Heel veel terrassen en souvenirwinkels dus.

Raam in Machu PicchuMet mijn gids afgesproken dat ik hem de volgende ochtend om 04:50 weer zou zien. Dat wordt dus vroeg opstaan maar dat heb je wel over voor de grootste bezienswaardigheid van Peru. Om 05:00 uur staat er al een flinke rij mensen te wachten voor de bussen naar boven. Lopen kan ook, is ongeveer 350 hoogtemeters omhoog door het tropische regenwoud. Ondanks dat het er warm kan zijn is het verstandig om een lange broek aan te trekken; er zitten niet nader te omschrijven kleine insecten die graag in je kuiten steken. En die beten blijf je nog zeker 3 weken zien, de beruchte Machu Picchu kuiten noemde ik ze ook wel. Terug naar de bus, de eerste bus vertrekt stipt op tijd om 05:30. Ik zat in de 3e bus, vooral s’ochtends gaan ze gewoon rijden zodra ze vol zitten. Met mijn kaartje was alles goed, helaas met het kaartje van de gids blijkbaar niet want die lieten ze de bus niet in en ik heb hem ook nooit meer terug gezien. Tot zo ver mijn gids voor Machu Picchu. Het is ongeveer 25 minuten rijden naar boven. En dan kom je boven, en dan is Machu Picchu nog dicht, die gaat namelijk pas om 06:00 open. In dat opzicht maakt het dus niet uit of je in de 1e of 3e bus zit, iedereen staat nog voor een dichte poort.

Als de poort dan om 06:00 open gaat is het naar binnen, kaartje laten zien, paspoort laten zien ( die dus niet vergeten mee te nemen) en doorlopen. Klein stukje rechtdoor lopen, links de trap omhoog en dan kom je uit bij het uitzichtpunt waar alle bekende foto’s vandaan komen. En wat is dat mooi! Je kan de pech hebben dat er nog wat bewolking hangt maar wees geduldig, die trekt bijna altijd vanzelf weer weg. Met de ochtendzon erop kun je de mooiste foto’s maken. En omdat het nog zo vroeg is lopen er tussen de ruïnes zelf nog niet zoveel mensen wat nog beter is voor je uitzicht. Vergeet niet ook gewoon te kijken, en niet alleen via je telefoon of de lens van je camera. Omdat mijn gids dus verdwenen was heb ik af en toe stiekem staan meeluisteren bij andere groepen met gids.

De berg die je kunt zien vanaf het uitzicht punt, aan de andere kant van de ruïnes is Huayna Picchu (jonge berg). De top is 2700 meter hoog en te voet bereikbaar via een steile klim. De beklimming duurt ongeveer een uur en een goede conditie is daarbij nodig. Hiervoor heb je van te voren gereserveerde kaartjes nodig.

Wat kun je er verder nog doen?

Behalve Huayna Picchu heb je ook nog de Inca brug die je kunt bezoeken. Dit is een oude brug waar je tot een aantal jaar geleden nog over heen mocht lopen. Door meerdere ongelukken is dit niet meer toegestaan. Je kan er echter nog wel naar toe lopen via een heel mooi pad door het regenwoud. Aan het begin staat een registratiehokje waar je je naam en de tijd dat je er staat moet opschrijven. Dit omdat er dus eerdere ongelukken gebeurt zijn. Maar vrees niet, het is een normaal wandelpad zonder moeilijke hindernissen. Het is een doodlopend pad dus via dezelfde weg terug en je weer netjes afmelden bij het registratiehokje.

Voor de rest kun je natuurlijk lekker rondlopen in de oude inca stad, genieten van het uitzicht of gewoon even hangen op de inca terrassen met uitzicht op de stad en de bergen er om heen. 1 strenge regel waar je wel rekening mee moet houden en waar ook echt op gehandhaafd wordt; niet springen. Dat klinkt heel gek, maar even in de lucht springen voor een leuke foto of om wat voor reden dan ook, veroorzaakt trillingen in de grond. Hoe klein ook, maar als 1000 mensen per dag dat gaan doen dan veroorzaakt dat op termijn schade en dat willen ze dus niet. Voor de rest, geniet!!

Madelon
Auteur

Reacties zijn afgesloten.