Lissabon, de hoofdstad van Portugal. Gelegen aan de rivier de Taag en de meest westelijke hoofdstad van Europa. Door een hele rijke geschiedenis die terug gaat naar 1200 voor Christus ademt de stad karakter uit, zowel door de architectuur van de historische panden als de ligging op de verschillende heuvels.

Hoe kom je er?

Tenzij je Lissabon aan doet tijdens een langere vakantie in Portugal is de makkelijkste manier met het vliegtuig. De luchthaven van Lissabon ligt middenin de stad. De luchthaven, voluit: Aeroporto da Portela da Sacavém oftewel Aeroporto de Lisboa. Met middenin de stad bedoel ik 7 kilometer van het centrum. De snelste en goedkoopste manier om naar je hotel te komen vanaf de luchthaven is met de metro. Een kaartje kost voor een enkeltje naar het centrum ongeveer €1,60. Voor een dagkaart betaal je €6,00. Ik kwam s’avonds aan en ik vind het dan nooit prettig om in een vreemde stad gelijk het openbaar vervoer uit te moeten zoeken, helemaal niet als het al donker is. Een taxi vanaf de luchthaven is natuurlijk ook een optie en kost ongeveer €10/15 euro. Let goed op of de chauffeur de meter wel aan zet!

Openbaar vervoer

Het openbaar vervoer van Lissabon kent wat meer en andere vormen dan andere steden. Dit komt onder andere door de aanwezigheid van de heuvels in de stad. Het stijgingspercentage en het hoogteverschil verschillen soms zo erg dat er speciale trams voor aangelegd zijn. Zogenoemde Ascensors. Er zijn er 3: Ascensor da Bica, Ascensor da Glória en de Ascensor da Lavra. Het traject van de Ascensor is heel kort, voor da Bica is dat 260 meter en voor da Lavra 188 meter, met een gemiddeld stijgingspercentage van bijna 23%. De tramtrajecten werden rond 1884 gebouwd om het de bevolking makkelijker te maken en de bevoorrading van de hoger gelegen gebieden te vergemakkelijken. Je kunt van deze trams gebruik maken met de ov kaart die ook voor de rest van het openbaar vervoer geldt.

Behalve de bijzondere Ascensors kent de stad ook reguliere tramlijnen. Ook sterk verouderd maar nog wel in gebruik. De populairste en bekendste lijn is lijn 28. De route van deze tram gaat onder andere door de wijk Alfama, een oude volkswijk.

Elevador de Santa Justa
Elevador de Santa Justa

Behalve voor toeristen is de tram ook voor de lokale bevolking nog heel belangrijk. Een rondje met lijn 28 biedt je gelijk een kijkje op de mooiste plekjes van onder andere Alfama.
Behalve de oude tramlijn heeft Lissabon ook een moderne lijn liggen. Deze rijdt naar de voorstad Belém. Door inkrimping van het het tramnet wordt het uitgebreide busnetwerk in de stad steeds belangrijker.

Naast bus en tram heeft Lissabon nog een aantal vormen van openbaar vervoer;
– een monorail systeem, de Oeiras SATU, een kabelspoorweg gelegen op een betonnen viaduct.
– een aantal veerboten, deze verbinden de stad met de voorsteden aan de andere zijde van de Taag.
– en misschien wel de meest bijzondere van allemaal, een lift; de Elevador de Santa Justa. De lift is 45 meter hoog en verbind de Santa Justa straat, in het centrum, met het Carmoplein. Ook van deze lift kun je gewoon gebruik maken met je Ov-kaart.

Wijken van Lissabon

Om te beginnen met het centrum van de stad, Baixa Pombalina, hier liggen de belangrijkste pleinen van Lissabon. Het oudste, het Rossio met daaraan de Dominicanenkerk is sinds de middeleeuwen al een belangrijk plein. Aan de Taag ligt het plein Praca do Comércio met de poort Arco da Rua Augusta. Vroeger vond je hier ook de koninklijke residentie. Het Praca do Comércio laat je je heel klein voelen, zo groot is het. Rondom het plein vind je restaurants en terrassen.

Ten westen van het centrum ligt de wijk Bairro Alto, met veel restaurants en uitgaansgelegenheden. Deze wijk ligt ongeveer 30 meter hoger dan het centrum en is bereikbaar met de eerder genoemde Elevador de Santa Justa.

Ten oosten van het centrum ligt mijn favoriete wijk van Lissabon, Alfama. Zoals eerder gezegd, een oude volkswijk met talloze steile straatjes, steegjes en trappen. Houd je kaart in je tas en ga gewoon lopen. Verdwalen doe je toch wel, maar dat is hier echt geen straf. Je ziet hier een verscheidenheid aan boetiekjes, winkeltjes en restaurantjes met lokale gerechten. Het is dan ook een aanrader om hier ook s’avonds eens heen te lopen en gewoon een restaurantje uit te zoeken om te gaan eten. Als je hier (vooral s’avonds) rondloopt kom je ook zogenoemde Fadohuizen tegen. Fado is een muziekstijl uit Lissabon, en s’avonds in Alfama ga je dit zeker veel tegen komen. Vanuit de huizen hoor je de muziek de straat op schallen.

Belém, of Santa Maria de Belém is eigenlijk een voorstad van Lissabon en ligt ten westen van het centrum. Goed bereikbaar per tram en zeker het bezoeken waard. Hier staan het Mosteiro dos Jerónimos en de Torres de Belém. Het Hiëronymietenklooster en de toren van Belém dus. En die toren staat in de Taag. In het klooster ligt Vasco da Gama begraven en is sowieso het bezoeken waard vanwege de architectuur en het schitterende glas in lood. Zowel de toren als het klooster behoren tot de UNESCO werelderfgoedlijst.

Ben je de drukte even zat? ga dan naar 1 van de parken die Lissabon rijk is. Mijn hotel keek uit op het Eduardo VII-park. Een heel groot park dat deels uitkijkt op de stad door het hoogteverschil in het park zelf. Behalve dit park is er ook nog het Parque Florestal de Monsanto en Jardim da Estrela.

Mijn verblijf in Lissabon

Ik verbleef in hotel HF Fenix garden. Een mooi en betaalbaar hotel, vlakbij een metro station en met uitzicht op het bovengenoemde park. Ik heb niet alleen maar gebruik gemaakt van het openbaar vervoer maar ook heel veel gelopen. Je ziet zo veel meer van een stad als je gaat lopen, helemaal omdat de metro vaak ondergronds is. Zo kwam ik na 20 minuten lopen vanaf het hotel een tramhalte tegen. Daar staan wachten en dat bleek 1 van de Ascensors te zijn, ingestapt en boven in de wijk afgezet. En dus per direct verdwaald. Ik hou er van. Hetzelfde heb ik in Alfama gedaan, gewoon lopen, kijken, verdwalen, winkeltjes kijken, voor mij de ultieme manier om een stad te bekijken en een indruk te krijgen van het lokale leven.

Als je een toevallig een lege tramlijn 28 voorbij ziet komen, stap dan zeker in. Over het algemeen is de tram overstelpt door toeristen. Ik had het geluk een lege voorbij te zien komen en ben gelijk ingestapt. Verbaas je over de snelheid waarmee de trambestuurder de tram van de heuvels af laat rollen en geniet van het uitzicht. En bovenal, blijf zo lang zitten als je kunt, dan weet je zeker dat je alles gezien hebt.

Op de tweede dag heb ik de (moderne) tram gepakt naar Belém. Het is even een stukje rijden in een overvolle tram maar het is het zeker waard. Behalve het klooster, een mooie wandeling langs de Taag naar de toren van Belém vind je er ook een beroemde bakkerij. Eigenlijk recht tegenover de tramhalte waar je uitstapt voor het klooster. De bakkerij is beroemd om zijn Pastéis de Nata: pasteitjes van room. Het is 1 van de bekendste lekkernijen uit Portugal en bakkerij Pastéis de Belém staat erom bekend dat zij de lekkerste maken. De rij mensen die bijna altijd voor de deur staat bevestigd dit.

Lissabon, voor een citytrip uitermate geschikt. Met een mix van winkels, cultuur, architectuur, lekker eten en drinken en dat alles zeer aantrekkelijk geprijsd. Een leuke stad voor iedereen! En mocht je een citytrip in het najaar doen, Lissabon ligt erg zuidelijk waardoor de temperatuur lang aangenaam blijft. Ik had tijdens mijn trip in oktober nog 26 graden! Kortom een aanrader voor een lang weekend of een gezellig tripje!

Madelon
Auteur

Reacties zijn afgesloten.